‘Woordenschatgoeroe’ Marianne Verhallen: Leer kinderen zoveel mogelijk woorden!
In Prima PO 5 vertelt taaldeskundige Marianne Verhallen hoe belangrijk het is om de woordenschat van kinderen zoveel mogelijk uit te breiden. Kinderen hebben woorden nodig om te communiceren en te begrijpen wat er in de klas wordt overgedragen. Woorden zijn ook onmisbaar voor het denken en de kennisopbouw.
Drama
In de klas kun je de taalles af en toe verlevendigen met een ‘talig’ spelletje, zoals ‘Ik zie, ik zie’ of ‘Ik ga op reis naar Parijs’. Ook drama leent zich prima voor het stimuleren van taal. Je kunt de kinderen bijvoorbeeld in kleine groepjes een kort toneelstukje laten voorbereiden, waarin een paar door jou opgegeven woorden moeten voorkomen.
Verhallen is optimistisch over de invloed die de school kan hebben op de taalvorderingen: ‘Je hebt elk kind in totaal zo’n 7500 uur binnen. Je kunt dus als school heel veel betekenen.’
Jong beginnen
De Universiteit van Amsterdam heeft een lijst samengesteld van 3000 frequent gebruikte woorden, waar je peuters al mee zou moeten laten kennismaken. Wanneer zij als kleuter deze woorden beheersen, hebben zij een goede basis voor het verder leren.
Uiteraard moet de taalimpuls na die eerste jaren worden doorgezet. Wanneer het hele basisschoolteam samenwerkt in het stimuleren van de woordenschat en taalbeheersing, kun je op dit punt echt iets voor elkaar krijgen.
Thuistaal
De lessen op de basisschool slaan beter aan wanneer de schooltaal dichtbij de ‘thuistaal’ staat. Mede daarom is het contact met ouders belangrijk. Verhallen en haar collega’s stelden voor het project ‘Het ei van Columbus’, dat kinderen de hierboven genoemde 3000 woorden moet bijbrengen, oudercursussen samen. Hier leren ouders dezelfde woorden voorlezen en oefenen. De kinderen krijgen werkbladen vol spelletjes, liedjes en rijmpjes mee naar huis. Daarnaast maakten Verhallen en haar collega’s lesmateriaal dat leidsters en leerkrachten kunnen gebruiken om deze woorden spelenderwijs te behandelen.
Huisbezoek
Verhallen raadt leerkrachten aan om huisbezoeken bij leerlingen te brengen. ‘Zie hoe ze wonen, maak kennis met de ouders, weet of ze broertjes en zusjes hebben. Het brengt de drempel tussen thuis en school omlaag. Scholen die dit doen, praten heel anders over hun leerlingen en ouders. Je komt veel te weten en zult nog beter in staat zijn om aan te sluiten bij het niveau en de belevingswereld van jouw leerlingen.’
Meer weten over Marianne Verhallen? www.rezulto.nl
Download hier het volledige artikel (pdf)
« terug naar magazine
Drama
In de klas kun je de taalles af en toe verlevendigen met een ‘talig’ spelletje, zoals ‘Ik zie, ik zie’ of ‘Ik ga op reis naar Parijs’. Ook drama leent zich prima voor het stimuleren van taal. Je kunt de kinderen bijvoorbeeld in kleine groepjes een kort toneelstukje laten voorbereiden, waarin een paar door jou opgegeven woorden moeten voorkomen.
Verhallen is optimistisch over de invloed die de school kan hebben op de taalvorderingen: ‘Je hebt elk kind in totaal zo’n 7500 uur binnen. Je kunt dus als school heel veel betekenen.’
Jong beginnen
De Universiteit van Amsterdam heeft een lijst samengesteld van 3000 frequent gebruikte woorden, waar je peuters al mee zou moeten laten kennismaken. Wanneer zij als kleuter deze woorden beheersen, hebben zij een goede basis voor het verder leren.
Uiteraard moet de taalimpuls na die eerste jaren worden doorgezet. Wanneer het hele basisschoolteam samenwerkt in het stimuleren van de woordenschat en taalbeheersing, kun je op dit punt echt iets voor elkaar krijgen.
Thuistaal
De lessen op de basisschool slaan beter aan wanneer de schooltaal dichtbij de ‘thuistaal’ staat. Mede daarom is het contact met ouders belangrijk. Verhallen en haar collega’s stelden voor het project ‘Het ei van Columbus’, dat kinderen de hierboven genoemde 3000 woorden moet bijbrengen, oudercursussen samen. Hier leren ouders dezelfde woorden voorlezen en oefenen. De kinderen krijgen werkbladen vol spelletjes, liedjes en rijmpjes mee naar huis. Daarnaast maakten Verhallen en haar collega’s lesmateriaal dat leidsters en leerkrachten kunnen gebruiken om deze woorden spelenderwijs te behandelen.
Huisbezoek
Verhallen raadt leerkrachten aan om huisbezoeken bij leerlingen te brengen. ‘Zie hoe ze wonen, maak kennis met de ouders, weet of ze broertjes en zusjes hebben. Het brengt de drempel tussen thuis en school omlaag. Scholen die dit doen, praten heel anders over hun leerlingen en ouders. Je komt veel te weten en zult nog beter in staat zijn om aan te sluiten bij het niveau en de belevingswereld van jouw leerlingen.’
Meer weten over Marianne Verhallen? www.rezulto.nl
Download hier het volledige artikel (pdf)
« terug naar magazine






