OESO: Onderwijsuitgaven Nederland blijven achter bij rijke landen
Nederland geeft nog altijd minder uit aan onderwijs dan het gemiddelde van de OESO-landen. Dat blijkt uit het vandaag verschenen ‘Education at a Glance,’ het jaarlijkse rapport van de vereniging van 32 geïndustrialiseerde landen. De 32 landen investeerden gemiddeld 6,3 procent van hun BBP in onderwijs, in Nederland bleef het aandeel hangen op 5,6 procent. Dat percentage is ongeveer gelijk aan wat Nederland in 1995 besteedde aan onderwijs. “Dit laat zien dat Nederland er echt harder aan moet trekken om in de top 5 van kenniseconomieën te komen,” zegt AOb-voorzitter Walter Dresscher. “Maar nog belangrijker is het dat dat geld ook rechtstreeks in de klas terecht komt: meer en betere leraren voor kleinere groepen.”
Ook in een andere vergelijking scoort Nederland niet goed genoeg: De publieke uitgaven aan het onderwijs. In 2007 gaven de OESO-landen gemiddeld 13,3 procent van het rijksbudget uit aan onderwijs, terwijl ons land ruim een procent minder investeerde in onderwijs. Daarmee eindigen Mexico, Zweden, Finland, Nieuw-Zeeland en de VS royaal boven Nederland. De AOb vindt dit een belangrijke graadmeter voor de mogelijkheden die het onderwijs heeft. Maar ook met het huidige budget kan en moet heel anders omgespringen worden, zo blijkt ook uit het rapport.
Gericht investeren
Vooral voor de manier waarop het geld wordt uitgegeven wil de grootste onderwijsbond aandacht. Geld moet rechtstreeks worden geïnvesteerd in de leerling: een kleine klas met een bevoegde leraar. Die leraar moet meer dan voorheen de kans krijgen inhoudelijk te groeien in zijn werk. Met het convenant LeerKracht heeft het laatste kabinet Balkenende de juiste koers ingezet. Het is voor de concurrentiepositie van Nederland én de kwaliteit van ons onderwijs noodzaak dat een nieuw kabinet dat werk doorzet en met een actieplan Onderwijs 2.0 ook de aanval op de onbevoegdheid opent, investeert in meer conciërges en kleinere klassen.
Leraar nog steeds te productief
Naast de grote klassen geven docenten te veel les. Dat beeld is onveranderd: Vergeleken met het door de OESO berekende EU-gemiddelde staan basisschoolleerkrachten in Nederland zelfs 167 uur langer voor de klas. Ook in het voortgezet onderwijs en het mbo geven leraren veel les: 7% langer dan het OESO-gemiddelde en zelfs 13% langer dan het EU-gemiddelde.
Meer berichten
Stakingsuren moeten ingehaald worden
Minister van Onderwijs Marja van Bijsterveldt heeft de scholen die hebben meegedaan aan de staking gewaarschuwd.
lees verderBoos over doorbetalen leraren
De VVD en de PVV zijn woedend dat scholen leraren hebben doorbetaald tijdens de stakingen van vorige week.
lees verder10.000 leraren staken
De Jaarbeurs in Utrecht stond donderdagmiddag vol met stakende docenten.
lees verderStaking 26 januari
Ongeveer 12.500 docenten en ondersteunde medewerkers van bijna 600 scholen in het voortgezet onderwijs leggen morgen het werk neer.
lees verderAlcoholvoorlichting door scholieren
Havo leerlingen geven voorlichting over alcohol aan basisschoolleerlingen…
lees verderJongeren steeds eerder uit de kast
Jongeren komen, ondanks het vaak negatieve beeld over homoseksualiteit, steeds eerder uit de kast.
lees verderMeer leerlingen naar havo en vwo
Steeds meer leerlingen gaan na de basisschool naar de havo of het vwo. De middelbare school wordt echter vaker zonder diploma verlaten…
lees verderEerste dag staking verlopen zonder problemen
Eerste dag staking verlopen zonder problemen..
lees verderMeisjes lezen meer dan jongens
Meisjes lezen meer dan jongens blijkt uit een onderzoek naar leesgedrag jongeren.
lees verderRekenboeken moeten beter
Vwo scholieren kunnen niet goed rekenen en dat komt doordat de lesstof te veel gericht is op de antwoorden in plaats van het “waarom” van rekensom.
lees verder







