Gelijke Kansen Alliantie

Brede aanpak voor gelijke kansen in het onderwijs

‘Verschil moet er niet zijn. Dat moet je maken.’ Onder die noemer ging eind oktober de zogenoemde Gelijke Kansen Alliantie van start. Want, zo is de gedachte, kinderen met dezelfde talenten hebben recht op gelijke kansen. Minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap maken zich er sterk voor.

In oktober 2015 sprak minister Bussemaker in dagblad Trouw al haar bezorgdheid uit. De school dreigde, in de woorden van de minister, steeds minder ‘een verheffingsmachine’ te worden. In plaats van bij te dragen aan gelijke kansen voor alle kinderen vergroot het onderwijs – vaak onbewust en onbedoeld - het verschil. De minister riep de onderwijswereld op de emancipatiefunctie van het onderwijs niet te veronachtzamen. Haar woorden werden niet alleen ondersteund door rapporten van OESO en SCP/ WRR; ze kregen in april van dit jaar een forse duw in de rug bij de publicatie van De Staat van het Onderwijs van de Inspectie van het Onderwijs. In haar jaarlijkse rapport stelde de inspectie onomwonden dat er niet alleen sprake is van kansenongelijkheid, maar dat die ook nog toeneemt. En dan gaat het met name om verschillen tussen leerlingen van lager en hoger opgeleide ouders. Hierdoor krijgen veel kinderen met laagopgeleide ouders niet het onderwijs dat ze aan zouden kunnen en blijft talent onderbenut, schrijft de inspectie. Vergelijk je kinderen met dezelfde intelligentie, dan stromen leerlingen met laagopgeleide ouders vaker door naar een lager opleidingsniveau. Ze krijgen lagere adviezen voor de middelbare school en deze worden minder vaak bijgesteld op basis van de eindtoets. Bovendien stromen deze leerlingen ook nog vaker af in de eerste drie jaar van het voortgezet onderwijs. Staatssecretaris Dekker: ‘Er gaat een hoop talent verloren. Dat is niet alleen een drama voor de individuele leerling maar ik vind ook dat we ons dat als Nederland niet kunnen permitteren.’ Bussemaker: ‘Je ziet sociale segregatie op sportclubs, in kerken, in het sociaal verkeer. Kinderen uit verschillende sociale milieus komen elkaar niet meer tegen. Er zijn steeds minder brede brugklassen, vmbo-afdelingen worden afgesplitst van scholengemeenschappen en op het mbo worden de entreeopleiding en niveau 2 gescheiden van het hogere niveau 3 en 4.’

‘Ingrijpen is noodzakelijk’

De ongelijkheid in de samenleving neemt toe, de kloof tussen arm en rijk of hoger en lager opgeleid vergroot. Hoger opgeleide ouders leggen de lat voor hun kinderen hoger, lezen vaker met ze, kiezen bewuster en voor betere scholen. Hun kinderen gaan vaker naar huiswerkklassen en toetstrainingen. Die ouders kun je dat niet kwalijk nemen maar de groeiende ongelijkheid was voor minister en staatssecretaris wel aanleiding iets te doen. Bussemaker: ‘Ingrijpen is noodzakelijk.’ De aanpak van beide bewindslieden is tweeledig. Met beleidsmaatregelen en geld proberen ze dát te doen wat in hun vermogen ligt, aan de andere kant hopen ze met de oprichting van de Gelijke Kansen Alliantie een brede maatschappelijke beweging op gang te brengen die initiatieven ontplooit of verspreidt die ongelijkheid tegengaan.

Investeren

Een belangrijk knelpunt zit ‘m bij de overgang tussen de schoolsoorten. Kinderen van lager opgeleide ouders lopen hier een verhoogd risico op een keuze die geen recht doet aan hun kwaliteiten, omdat hun ouders zelf weinig of geen ervaring hebben in het (Nederlandse) onderwijs en de mogelijkheden onvoldoende kennen. Daarom investeren Bussemaker en Dekker in begeleiding van kinderen die dat van huis uit onvoldoende krijgen, is er geld voor een schakelprogramma voor zo’n vijfduizend leerlingen uit het vmbo die doorgaan naar havo of mbo en voor de overgang tussen mbo en hbo. Daarnaast is er specifiek budget voor mbo’ers die naar de pabo willen en worden mbo-studenten gestimuleerd op een hoger niveau door te leren. Naast maatregelen om de ‘kwetsbare’ overgangen te verbeteren, krijgen twintig scholen in de grote steden ruimte om te experimenteren met leraren die worden vrijgeroosterd om achterstandsleerlingen te begeleiden of collega’s te coachen. Het is maar een greep uit een pakket aan maatregelen waarmee de bewindslieden hopen de gelijkheid te bevorderen. In totaal is hiervoor de komende jaren 87 miljoen euro beschikbaar.

Actief netwerk

Dat geld is mooi maar ‘we moeten de ongelijkheid niet verengen tot een financiële kwestie’, zegt de minister. Net zo min als het louter een probleem is van het onderwijs. Het belangrijkste doel van de Gelijke Kansen Alliantie is dan ook een beweging op gang te krijgen, een actief netwerk te ontsluiten dat goede initiatieven - op lokaal, regionaal en landelijk niveau - opspoort en zo mogelijk ‘opschaalt’. Want er gebeurt overal in het land van alles. Talloze maatschappelijke organisaties, sportclubs en individuele vrijwilligers in het hele land zetten zich in om kinderen gelijke kansen te bieden. Daarnaast zijn ministeries als SZW, VWS en EZ betrokken. Net als gemeenten, fondsen en ondernemers. Met zijn allen proberen zij het verschil te maken. En daarbij kunnen zij nog wel wat hulp gebruiken, volgens staatssecretaris Dekker. ‘We leven in een van de meest welvarende landen. Als wij er niet in slagen om kinderen het maximale uit zichzelf te laten halen, dan falen we collectief. We moeten blijven werken aan een samenleving waarin iedereen alle kansen krijgt om zich te ontplooien.’ Bussemaker: ‘Kinderen met dezelfde talenten moeten gelijke kansen krijgen. Wij nemen daarom onze verantwoordelijkheid en dagen scholen, leraren en al die anderen uit hetzelfde te doen.’

Kijk voor meer informatie op gelijke-kansen.nl


Blijf op de hoogte

Meld je aan voor de PrimaOnderwijs nieuwsbrief

Nieuwsbrief