Onduidelijke besteding onderwijsgeld

De Rekenkamer concludeert dat de besteding van 2,4 miljard onderwijsgeld onduidelijk blijft. Er is al langer ongerustheid bij de Rekenkamer over de transparantie van de bestedingen.

Passend onderwijs

De Rekenkamer heeft vooral gekeken naar het in augustus 2014 ingevoerde ‘passend onderwijs’. Doel van de wet, waarmee € 2,4 miljard per jaar is gemoeid, is extra ondersteuning bieden aan leerlingen in het basis- en voortgezet onderwijs. Het gaat om leerlingen die zich heel moeilijk kunnen concentreren, agressief zijn of een lichamelijke beperking hebben. Ook zou de wet meer zicht moeten geven in de effectiviteit van de bestede middelen. 'Dit zicht is echter niet verbeterd', zegt de Rekenkamer. 

Geen duidelijkheid

Hoewel de Tweede Kamer bij de invoering van passend onderwijs in een motie vroeg om meer zicht op de besteding en het aantal leerlingen met ondersteuningsbehoefte, is daar geen duidelijkheid over. Dit komt door de Rekenkamer doordat het ministerie geen duidelijke eisen stelt aan de verantwoording door scholen. Illustratief zijn financiële verschillen waar de Algemene Rekenkamer op stuitte bij de betalingen van het Rijk aan samenwerkingsverbanden van scholen.

Lumpsum

Ongeveer 72 procent van de uitgaven van het ministerie ging in 2016 als 'lumpsum' naar onderwijsinstellingen. De scholen mogen dit geld naar eigen inzicht aan onderwijs besteden en hoeven zich alleen in hoofdlijnen over de uitgaven te verantwoorden.

Risico's

De minister zegt in een reactie dat zij het eens is met de conclusies van dit onderzoek. De Rekenkamer vindt echter dat uit de reactie niet blijkt dat de minister de urgentie voelt om tot meer transparantie te komen. In 2013 concludeerde de Rekenkamer al dat aan de invoering van passend onderwijs risico’s zijn verbonden, omdat financiële en personele voorwaarden bij schoolbesturen niet ideaal waren.

 

Blijf op de hoogte

Meld je aan voor de PrimaOnderwijs nieuwsbrief

Nieuwsbrief